Onderzoek: apathie als belangrijk gedragssymptoom bij het syndroom van Korsakov

Meneer in legerkleurig vest zit met een kopje koffie aan een tafel in de ontmoetingsruimte van Slingedael en staart apatisch voor zich uit

Slingedael heeft een uitgebreid onderzoeks- en opleidingsklimaat. In dat kader lopen er regelmatig studenten stage om kennis en praktijkervaring op te doen. In samenwerking met studenten van de Universiteit Utrecht heeft Korsakov expertisecentrum Slingedael onderzoek gedaan naar apathie bij mensen met het syndroom van Korsakov.

Binnen het onderzoek naar het syndroom van Korsakov is veel aandacht geweest voor cognitieve domeinen, zoals het geheugen. Over gedragsproblemen is daarentegen nog weinig wetenschappelijke kennis beschikbaar. Vanuit de dagelijkse praktijk weten we echter dat mensen met het syndroom van Korsakov vaak intensieve ondersteuning nodig hebben bij het opstarten en uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Dit verschijnsel wordt aangeduid als apathie. Zonder deze begeleiding bestaat het risico dat cliënten bijvoorbeeld langdurig in bed blijven liggen en belangrijke handelingen, zoals douchen en het nuttigen van voldoende en gevarieerde voeding, niet uitvoeren.

Bij Korsakovcentrum Slingedael is daarom onderzocht hoe apathie zich precies manifesteert en hoe dit beter in kaart kan worden gebracht. In het onderzoek zijn drie groepen met elkaar vergeleken: mensen met het syndroom van Korsakov, mensen met het syndroom van Korsakov in combinatie met vasculaire problematiek en een groep gezonde controlepersonen.

Uit de resultaten blijkt dat zowel mensen met het syndroom van Korsakov als mensen met bijkomende vasculaire schade meer apathie laten zien dan gezonde controlepersonen. Daarnaast komt naar voren dat mensen met vasculaire problematiek op bepaalde aspecten van apathie nog sterker scoren dan mensen met alleen het syndroom van Korsakov.

Dit onderzoek sluit aan bij wat in de praktijk al langer wordt gezien en levert een belangrijke bijdrage aan de wetenschappelijke onderbouwing daarvan. Het is één van de eerste studies die aantoont dat apathie een wezenlijk gedragssymptoom is bij het syndroom van Korsakov. Daarmee vormt dit onderzoek een belangrijke eerste stap in het beter begrijpen van apathie en in het ontwikkelen van passende begeleiding en behandeling binnen de dagelijkse zorg bij Slingedael.

Auteurs
Misha J. Oey, Veerle H. E. W. Brouwer, Marie J. Buijs, Jan W. Wijnia, Albert Postma en Erik Oudman 

Publicatiedatum
16 november 2020