Mevrouw Scheffer heeft haar grijze boblijn met twee speldjes vastgezet en draagt een koningsblauwe broek en bijpassend jasje over een lichtblauwe blouse. De geboren- en getogen Rotterdamse is niet op haar mondje gevallen en zit vol met zelfspot. “Ik pak nog even m’n tas en dan kunnen we gaan hoor, over een uurtje ben ik weer terug.” Luuk volgt mevrouw met zijn ogen als ze langzaam naar binnen schuifelt.
Eenmaal op de scootmobiel stuurt mevrouw Scheffer het voertuig behendig de voortuin uit. Het vooruit rijden gaat heel soepel en zo vlot, dat ze Luuk soms een aantal meter achter zich laat. Lachend grapt ze: “Op de scootmobiel is mijn principe: boem is hó.” Toch draait ze het snelheidsknopje op haar dashboard een beetje naar links. Vanuit haar huis rijdt ze zo de natuur in, richting het park. Ze vertelt honderduit over de omgeving en over de geschiedenis ervan. “Wist je dat ooievaars hun poten intrekken als ze vliegen, en reigers ze juist laten hangen?”
Op de parkeerplaats bij het park oefenen Luuk en mevrouw Scheffer met het achteruit rijden. Ze hebben al verschillende ezelsbruggetjes geprobeerd om ervoor te zorgen dat ze onthoudt welke kant ze het stuur op moet draaien. “Ik weet het wel, maar m’n harses willen niet mee.” Alle overige manoeuvres heeft ze inmiddels piekfijn onder de knie, en ze durft inmiddels ook zelfstandig met de metro te reizen. “Dankzij Luuk hè, hulde aan de baas.”

“Als ik zie dat mijn persoonlijke aandacht en hulp iemand goed doet, dan weet ik weer waarom ik dit werk doe.”
Ondanks haar hoge leeftijd is mevrouw Scheffer nog hartstikke scherp. “Ik begin wel dingen te vergeten hoor. Maar dan zet ik de kookwekker, als ik eten op heb staan. En ik heb nu een elektrische blikopener, dat gaat heel handig.” Mevrouw Scheffer wil zo min mogelijk geholpen worden en zoveel mogelijk zelf blijven doen. “Dankzij de scootmobiel heb ik mijn vrijheid weer terug.” Nu gaat ze bijna dagelijks op pad met haar dochter, die vlakbij haar woont.
Ook een luisterend oor
Halverwege de wandeling strijken Luuk en mevrouw Scheffer op een bankje neer, met mooi uitzicht over een watertje. Luuk haalt een rood supermarkt-tasje uit de tas van mevrouw Scheffer, waar ze op kan zitten zodat haar kleding niet vies wordt. Zelf tovert ze een klein koeltasje met appeltjes tevoorschijn. “Helemaal zoals ik u ken,” lacht Luuk. Zo zitten ze samen even te praten. Het is niet alleen voor het achteruit rijden goed dat Luuk mevrouw Scheffer regelmatig ziet. “Op die manier kan ik ook zien hoe het verder met haar gaat en of ze misschien nog hulp nodig heeft.”
Op de terugweg van de wandeling deelt mevrouw Scheffer nog paar goede ‘oma-tips’, zoals hoe je makkelijk mieren kan bestrijden. Luuk grinnikt: “Ja, ik heb een hoop geleerd in die twee jaar.” Mevrouw Scheffer: “En ik ook van jou! Behalve hoe ik achteruit moet steken.” Mevrouw Scheffer is blij met haar afspraken met Luuk. “Ik vind hem een hele aardige en gezellige jongeman. Ik wou dat het m’n kleinzoon was.”
Een vak van mensen en mogelijkheden
Ergotherapie draait om aandacht, luisteren, creatief denken én goed observeren. “Soms zit het verschil in iets heel kleins,” zegt Luuk. “Een passend hulpmiddel, een andere manier van bewegen of gewoon even meedenken.” Het vak is veelzijdig: de ene keer is het klaar na één afspraak, de andere keer trekt een ergotherapeut maanden met iemand op.
Luuk ziet het als zijn taak om niet voor mensen te zorgen, maar mét mensen te zoeken naar mogelijkheden. Daarbij is het netwerk — familie, buren, thuiszorg — heel belangrijk. “Het is mooi om te zien dat het reablement-gedachtegoed*, wat de basis is van ergotherapie, nu ook in andere zorgdisciplines doordringt. Wij doen dat altijd al!”
Waardering in kleine momenten
Voor Luuk zit waardering voor zijn werk niet in grote woorden of officiële complimenten, maar juist in de kleine momenten. Een glimlach van een cliënt, een dankbare blik, of iemand die weer zelf de deur uit kan, dat is waar hij het voor doet. “Soms is het gewoon even samen zitten, iemand een hand geven en echt even aandacht hebben. Als ik zie dat mijn persoonlijke aandacht en hulp iemand goed doet, dan weet ik weer waarom ik dit werk doe.”
* Reablement is een manier van werken waarmee hulpverleners ouderen helpen hun eigen leven te leiden.
Wat doet een ergotherapeut?
Het is een vraag die ergotherapeuten vaak krijgen. Niet gek ook, want het vak is breed en soms lastig uit te leggen. “We beginnen altijd bij de vraag: wat wil of moet iemand kunnen in het dagelijks leven?” legt Luuk uit. “Dat kan gaan over zelf uit bed komen, naar buiten kunnen, boodschappen doen of veilig koken.”
Daarna kijkt de ergotherapeut wat iemand nog zélf kan. Lukt het niet op de gewone manier, dan wordt er gekeken naar hulpmiddelen of hulp van het netwerk. En pas als dat ook niet voldoende is, komt professionele hulp in beeld.
Het doel is altijd dat iemand weer zo zelfstandig mogelijk kan leven. Dat is bij mensen thuis vaak nog urgenter dan in het verpleeghuis. “In het verpleeghuis richt je je op comfort en kwaliteit van leven binnen de muren van de instelling. Thuis gaat het erom: hoe zorgen we dat iemand daar veilig en zelfstandig kan blijven wonen?”